Blog

De wereldberoemde rotskerken van Lalibela

1-Bete-Giyorgis-Lalibela-Head-blog-

Vanuit Addis Abeba de hoofdstad van Ethiopië reizen we met diverse stops in andere steden naar het noorden waar het pelgrimsoord Lalibela Ligt. Voor veel mensen het hoogtepunt van hun reis in Ethiopië. Lalibela word zelfs als het kroonjuweel van Ethiopië beschouwd. Vol verwachting kijk ik uit naar deze bestemming. De tocht is echter een ware uitdaging. Overal op straat lopen mensen met hun vee, of hier en daar verdwaalde ezels, koeien, geiten, schapen of kamelen die onverwacht de weg op lopen. Het is een ware slalom om niks of niemand te raken of dan wel een van de vele kuilen te ontwijken. Echt petje af voor onze chauffeur die een enorm goed reactie vermogen heeft. De afstanden zijn enorm, Ethiopië is echt een gigantisch groot land (1.104.000 km²). Ondanks dat Eritrea en Ethiopië na 20 jaar oorlog eindelijk een vredesovereenkomst getekend hebben is het toch nog steeds niet helemaal rustig in het land. De 20ste eeuw was voor Ethiopië tragisch. Maar de Ethiopische geest is ongebroken en de schoonheid onaangetast – in dit land lopen mensen even waardig op blote voeten als op schoenen. Door de onrust zijn er vaak blokkades en zijn wegen afgesloten waardoor we veel moeten omrijden. De laatste 80 km moeten we dan ook helemaal door de ongeasfalteerde hooglanden. Bij droog weer al een pittige rit, maar nu heeft het flink geregend dus is deze weg met ons busje zonder 4-wiel aandrijving eigenlijk geen optie. Na overleg gaan we het er toch op wagen. We zullen toch voor het donker in Lalibela moeten zijn. Het landschap is echt geweldig mooi, ik had me Ethiopië nooit zo groen voorgesteld. De bergketens afwisselend met de groene vruchtbare hoogvlaktes zijn prachtig maar de afgronden ook best eng als ons busje zich al slippend een weg over de modderige paden baant. Soms moeten we even uitstappen zodat het busje tegen een helling kan opklimmen waarna we weer onze tocht kunnen vervolgen. Ondanks dat het niet de meest veilige tocht is, is het wel echt een enorm mooie route in een landschap dat we via verharde wegen nooit gezien zouden hebben. We slingeren in toch dermate fors tempo langs magistrale afgronden en ben dan ook echt opgelucht als ik hoor dat het einde van dit slechte pad nadert. Niet alleen omdat we het veilig gered hebben maar ook omdat we toch net niet de kotszakjes hebben hoeven gebruiken die ik voor de zekerheid toch al binnen handbereik had. Het had wel niet veel gescheeld. Het is al schemerig wanneer we eindelijk in Lalibela aankomen. We overnachten in het Lalibela hotel, echt een prima hotel voor Ethiopische begrippen. Het mooie aan dit hotel is dat het op slechts 500 meter van de bezienswaardigheden ligt. Na een diner en een drankje zoeken we onze bedjes op en kijken enorm uit naar morgen.

De rotskerken van Lalibela zijn een complex van 11 monolithische kerken die begin 13e eeuw volledig uit de vulkanische rotsen gehouwen werden in opdracht van de toenmalige koning Lalibela. Lalibela heette oorspronkelijk Roha, maar het kreeg uiteindelijk de naam van Koning Lalibela, die rond 1200 CE regeerde als onderdeel van de Zagwe-dynastie. Koning Lalibela wordt van oudsher toegeschreven als de bouwer van alle kerken op de site. De legende zegt dat dit heilige complex in 24 jaar voltooid was, 24 uur per dag met de hulp van engelen die ‘s nachts werkten. Veel geleerden zijn van mening dat de kerken over een veel langere periode zijn gebouwd, gezien de verschillende bouwstijlen, de oneffenheid van de bouw en de enorme omvang van de onderneming om zo’n immense reeks met elkaar verbonden structuren te creëren. Koning Lalibela (1189-1229) had het plan om van de stoffige stad een soort Nieuw Jeruzalem te maken. Volgens sommige verhalen kwam hij op het idee een nieuwe heilige stad te maken na een bezoek aan het echte Jeruzalem. Een ander verhaal meldt dat de koning een visioen kreeg waarin een engel hem opdracht gaf de kerken uit de rotsen te houwen. Het bouwen van een nieuwe heilige plaats had ook een praktische reden. Door islamitische veroveringen waren christelijke bedevaarten naar het Heilige Land zeer gevaarlijk geworden. Een nieuw heiligdom stelde de gelovigen in staat toch op bedevaart te gaan. Lalibela floreerde na het verval van het Aksum-rijk.

Lalibela lijkt volledig geïsoleerd te zijn van de moderne wereld. Je ziet er zo goed als geen verkeer, iedereen loopt te voet, de straten zijn dan ook grotendeels niet geplaveid, de stad doet zijn werk zoals hij dat al honderden jaren doet. Religieus ritueel staat centraal in het leven van de stad: een tiende van de bevolking is toegewijd aan het priesterschap. Regelmatige processies, uitgebreide vasten en massa’s zang en dansende priesters maken ook deel uit van het pakket. De elf rotskerken, in de heuvels niet ver van de stad, maken Lalibela tot een van de heiligste plekken in Ethiopië. Tegenwoordig wordt de site beschouwd als een van de centra van pelgrimsoorden voor Ethiopische christenen. Deze atmosfeer, gecombineerd met de religieuze architectuur en de eenvoud van de manier van leven van de stad, geeft de stad Lalibela “een duidelijk tijdloze, bijna bijbelse sfeer”.

Er zijn twee hoofdgroepen van kerken – ten noorden van de rivier de Jordaan: Bete Medhani Alem (Huis van de Verlosser van de Wereld), Bete Mariam (Huis van Maria), Bete Maskal (Huis van het Kruis), Bete Denagel (Huis van Maagden), Bete Golgotha ​​Mikael (Huis van Golgotha ​​Mikael) deze kerken staan voor het aardse Jeruzalem.

Ten zuiden van de loopgraaf die de rivier de Jordaan vertegenwoordigt, Bete Amanuel (Huis van Emmanuel), Bete Qeddus Mercoreus (Huis van St. Mercoreos), Bete Abba Libanos (Huis van Abbot Libanos), Bete Gabriel Raphael (Huis van Gabriel Raphael), en Bete Lehem (House of Holy Bread) deze kerken zouden voor de hemel staan.

De Yordanos rivier (loopgraaf), die symbool staat voor de Jordaan scheidt de twee gegroepeerde kerken van elkaar. De elfde kerk, Bete Ghiorgis (Huis van St. George), is geïsoleerd van de anderen, maar verbonden door een systeem van loopgraven.

Het wonder schuilt erin dat de kerken niet verrezen op de bergflanken, maar werden uitgespaard in het massieve gesteente. Ze verzonken als het ware in het landschap. Hun bovenkant heeft vaak dezelfde hoogte als de omringende rotsbodem. De bouwvakkers moeten gewoonweg hun houwelen in de bodem hebben gezet, onder het feilloze oog van hun architecten. Met een verbijsterend inzicht projecteerden de bouwmeesters een perfecte architectonische eenheid in het inwendige van de rotsmassa. Elke te veel weggehakte decimeter zou immers funest zijn geweest voor de waanzinnig correcte geometrie. De kerken werden verder uitgekapt en vormden deuren, ramen, kolommen, verschillende verdiepingen, daken enz. Dit gigantische werk werd verder aangevuld met een uitgebreid systeem van afvoersleuven, greppels en ceremoniële passages, sommige met openingen naar kluizenaarsholen en catacomben.

We bezoeken eerst de noordelijke groep en beginnen met de Bete Medhani Alem, met zijn vijf zijbeuken, wordt verondersteld dat dit de grootste monolithische kerk van de de wereld moet zijn. Met 28 massieve kolommen die het dak ondersteunen, lijkt het op een Griekse tempel. Enkele kerken waaronder ook deze hebben het afgelopen jaar wat van hun statigheid verloren. Ze werden bedekt met reusachtige golfplaten, gedragen door ijzeren poten of houten stellages die oneerbiedig steunen op de rotsbodem. Men dacht hiermee de erosie tegen te gaan maar de daken zijn in elk geval een gruwelijke aanslag voor het oog.

De godshuizen trekken nog altijd veel pelgrims je ziet ze overal in en om de kerken bidden. Er worden gebeden gepreveld uit de middeleeuwse handgeschreven bijbels van geitenhuid, nog steeds in tact en nog steeds in gebruik. In tegenstelling tot andere wereldwonderen à la de Borobudur of de Inca tempels, die al lang niet meer gebruikt worden waarvoor ze ooit bedoeld waren, worden deze rotskerken nog iedere zondagnacht overspoeld door hordes mensen in witte doeken uit de wijde omgeving. Ik heb heel wat bijzondere ‘authentieke’ plekken gezien, maar weinig benadert de authenticiteit van deze plek. Wanneer ik mijn schoenen uit trek en de kerk betreed zie ik dat de stenen vloer helemaal gepolijst is door eeuwenlange druk van ontelbare voeten, de lichttinten van openingen in de hoge muren reflecteren op de gladde stenen die net niet onder tapijten verborgen ligt. Een geuren palet van wierook, zweet en modder komt me tegenmoet. Hoe zal het hier ruiken op een zondag morgen als de kerk helemaal vol zit met gelovigen die thuis geen sanitair bezitten en zich 1 maal per week in een rivier wassen. De Middeleeuwen heb ik niet meegemaakt maar ik snap nu waar de wierook ooit voor bedoeld is geweest. Heden ten dagen gebruiken we nog steeds wierook om vliegen op afstand te houden. Verder zien we nog de symbolische graven waarvan gezegd wordt dat ze zijn gegraven voor de bijbelse aartsvaders Abraham, Isaak en Jakob.

We dwalen door een web van kloven en spelonken. Achter elke opening, aan het einde van elke gang wacht een andere kerk. Niet één is gelijk aan de ander. In de meeste is een stuk ruw gesteente overgebleven, op het dak of aan de voet. Het benadrukt de prachtige symbiose van de weerbarstige natuur en de sublieme mensenhand.

We bezoeken Bete Mariam (Huis van Maria) een kleine maar uitzonderlijk vormgegeven en gedecoreerde kerk met schilderijen, fresco’s en ingewikkelde gravures op de muren en plafonds. Bete Mariam is opgedragen aan de Maagd Maria, die bijzonder word gerespecteerd in Ethiopië. Deze kerk is via een tunnel met Bete Medhani Alem verbonden. Dit is misschien wel de oudste van de Lalibela-kerken. Een rij gebeeldhouwde ramen in de oostelijke muur van de Bete Mariam belicht de kopie van de Ark van het Verbond. In de noordelijkste hoek van de binnenplaats is er een met algen bedekt zwembad dat bekend staat als de vruchtbaarheidspool, waar vrouwen die problemen hadden om zwanger te worden, kwamen voor een dompeling met een mogelijke zwangerschap als gevolg.

Op de noordelijke muur zien we wat lijkt op een (nazi-swastika), maar dit symbool gaat in de tegenovergestelde richting van de swastika en is in werkelijkheid een oud christelijk symbool dat laat zien dat de liefde van Christus in alle richtingen uitgaat, naar alle hoeken van de aarde.

Bete Meskel (Huis van het Kruis) is uitgehouwen in de noordelijke muur van Bete Mariam. Bete Meskel heeft slechts één façade, op het zuiden gericht en versierd door tien blinde arcades. Volgens de priesters van Lalibela vertegenwoordigen de tien blinde arcades de Tien Geboden en de tien kerken van Lalibel (de tweelingkerken worden als één beschouwd). Het heeft vier pilaren die de binnengalerij in twee gangen door arcades doet overspannen. Het interieur is versierd met veel reliëfkruisen en herbergt de meest versierde kruisvormige kamer, die toegankelijk is voor bezoekers.

Bete Denagel (Huis van maagden) is de kleinste van de 11 grotkerken, het is slechts gedeeltelijk gebeeldhouwd met een gevel die uitkijkt op de noordelijke muur van de binnenplaats van Bete Mariam. Het is de ruwste van de Lalibela-kerken en heeft geen ramen.

Bete Golgotha ​​en Mikael (Huis van Golgotha ​​Mikael) zijn tweelingkerken gescheiden door een muur, ten oosten de Golgotha en aan het westen de Debre Sina. De lokale bevolking noemde ze samen “Bete Qidus Michael” (Huis van St. Michael).

Bekend voor het bevatten van enkele van de beste vroege voorbeelden van Ethiopische christelijke kunst, waaronder een aantal verbazingwekkende houtsneden van de 12 apostelen, de onderling verbonden kerken van Bete Golgotha ​​en Bete Mikael vormen het meest mysterieuze complex in Lalibela. Men gelooft dat zijn heiligste heiligdom – de Selassie-kapel – en het graf van koning Lalibela zelf hier zijn gehuisvest. Een verbazingwekkende reeks processiekruisen is hier te vinden, waaronder een bijzonder aanlokkend kruis dat misschien van Lalibela zelf is geweest.

Na de noordelijke groep bezocht te hebben bezoeken we de Bete Giyorgis (Huis van Sint-Joris), verreweg de meest bekendste en spectaculaire van al deze kerken. Deze kerk staat alleen en maakt geen deel uit van een van de onderling verbonden complexen, maar is wel verbonden door een systeem van loopgraven. Uit de grond gehouwen en van binnen naar buiten gevormd, is het één onafgebroken stuk steen. De Bete Giyorgis, die de top vertegenwoordigt van de uit de rotsen gehouwen traditie, is een prachtige site om te aanschouwen. Staande op 15 meter hoog met drielaagse sokkel in de vorm van een kruis – het is de meest visueel perfecte kerk van de gehouwen kerken. Via een smalle loopgracht en een ondergrondse grot komen we uit bij de binnenplaats van de kerk. Hij is werkelijk prachtig. Ondanks een indrukwekkende architectuur, is de binnenkant van de kerk vrij bescheiden maar schreeuwt schoonheid in eenvoud. Licht komt binnen en danst op de kruisen van het plafond en de prachtige koepel. Het interieur is 12m bij 12m, met een hoogte van 13m en heeft een levendige atmosfeer – vooral als het bij zonsopgang wordt bezocht. Je ziet hier ook het prachtige 16e-eeuwse canvas waarop de heilige St. Georg wordt afgebeeld die de draak doodt. Op wonderbaarlijke wijze heeft de kerk eeuwenlange ecologische slijtage weerstaan. Het is de enige kerk die niet word bedekt door een dekzeil (van UNESCO). Deze indrukwekkende alleenstaande kerk was de laatste kerk die in de omgeving werd gebouwd. In de muren van de kerk zijn gemummificeerde lijken gevonden.

Na de noordelijke groep en Bete Giyorgis bekeken te hebben is het inmiddels lunch tijd. Onze reisleider weet een goed en bijzonder restaurant. Hiermee heeft hij niks teveel gezegd. Een bezoek aan het prachtige restaurant Ben Abeba is een absolute must in Lalibela. Hoog op een heuvel aan de noordkant van de stad ligt een soort van grote kaboutermuts met grote open ruimtes. Lunchen of dineren op de verhoogde platforms met uitzicht op de glooiende heuvels van Lalibela is de perfecte plek om even tot rust te komen en alle indrukken die we in Lalibela hebben opgedaan op ons in te laten werken. De hele onderneming was de droom van eigenaar Susan Aitchison, een gepensioneerde professor in de huishoudkunde die vanuit haar geboorteland Schotland naar Ethiopië kwam, aanvankelijk om een vriend te helpen bij het opzetten van een school. Geconfronteerd met het verlaten van zo’n prachtige plek en naar huis gaan naar Glasgow , koos ze ervoor om te blijven. Een ritje met een lokale transportbedrijfseigenaar leidde tot een zakelijk partnerschap en tot een van de beste restaurants in Lalibela. Aitchison en haar partner, Habtamu Baye, huurden lokale architecten in om haar ideeën in gang te zetten, en de gebogen dekken die uitsteken uit de centrale, spiraalvormige trap van het gebouw, geven klanten een onbelemmerd uitzicht op de adembenemende vallei van de rivier beneden. Het bekroonde restaurant serveert een menu met traditionele Ethiopische gerechten en westerse gerechten of gecombineerd.

Na een echt ontzettend lekkere lunch zijn we er weer helemaal klaar voor om de zuidelijke groep te bezoeken.

Op het oostelijke deel van de compound bevindt zich Bete Gabriel – Raphael (Huis van de engelen Gabriel en Raphael) hiervan wordt verondersteld dat deze ondergrondse monoliet rotskerk een voormalig koninklijk paleis was. Het bevat een geheime ingang en heeft zelfs een 15 meter diepe verdedigingsgracht. De ingang wordt geflankeerd door een glooiend stukje rots dat bekendstaat als de ‘Way to Heaven’, deze indrukwekkende tweelingkerk markeert de hoofdingang van de zuidoostelijke groep. In tegenstelling tot de meeste Lalibela-kerken is de ingang bovenaan en is deze toegankelijk via een smalle loopbrug, hoog boven de gracht. De oorspronkelijke ingang is nog steeds verborgen.

Bete Gabriel – Raphael staat in verbinding met Bete Lehem (huis van het heilig brood) via een tunnel/grot komen we door een prachtige robuuste houten deur bij Bete Lehem.
Bete Lehem een is een ondergrondse, vrijstaande monoliet kerk. De naam ‘Bete Lehem’ is afgeleid van het Hebreeuwse woord ‘Bethlehem’ wat ‘Huis van heilig brood’ betekent.

Vanuit Bete Lehem daal je af in een donkere tunnel. Volgens de legende zou de 35 meter pikzwarte tunnel die deze kerk verbindt met de Bete Merkorios de ‘hel’ nabootsen. Lokale traditie daagt je uit om het te doorkruisen zonder enig gebruik van licht. Het vertegenwoordigt de duisternis van blindheid, zowel figuurlijk als letterlijk, en de geleidelijke dageraad van licht als de tunnel overgaat in daglicht.

Uiteraard houden we ons aan de lokale traditie en betreden we zonder enig licht de tunnel. De ingang is heel laag waardoor je automatisch eerbiedig een buiging maakt. Eenmaal in de tunnel blijkt hij inderdaad pik en pik donker, beetje gebogen en op de tast proberen we voetje voor voetje en zonder schaafwonden of blauwe plekken naar het einde van de tunnel te lopen. Het plafond heeft niet overal dezelfde hoogte dus stoot me toch wel een keer flink mijn hoofd. Er lijkt geen einde aan te komen maar dan ineens zie je in de verte een lichtbundel binnen vallen. Ik moest denken aan de mensen die bij een bijna doodervaring aangeven dat ze in een tunnel kwamen met een mooie lichtbundel richting hemel. Dit zouden ze eeuwen geleden dan wel enorm mooi hebben nagebootst. Ik vond het werkelijk een prachtige ervaring. Op het einde klim ik uit de tunnel en kom ik dus terecht in de zogenaamde ‘hemel’ in Bete Merkorios.

Deze kerk zou een donkerdere geschiedenis verbergen. Geschiedkundigen geloven dat dit de gevangenis van Lalibela is geweest vanwege aanwijzingen van enkel-boeien en andere overgebleven artefacten. Hoewel het interieur van de Bete Merkorios een fractie van zijn vroegere zelf is, is het interieur versierd met een prachtig fresco van de Drie Wijzen. Ze zien er prachtig uit met hun kleine flipper handen en ogen die twijfelachtig zijn. Beneden, toont een later fresco de 12 apostelen. Er zijn ook schilderijen van de Passie van Christus afgebeeld op een katoenen doek naast de fresco’s, die dateren uit de 16e eeuw.

Van hieruit lopen we door loopgraven naar de Bete Amanuel, Lalibela’s fijnste gebeeldhouwde kerk. Sommigen hebben gesuggereerd dat het de privé kapel van de koninklijke familie was. Het repliceert perfect de stijl van Aksumite-gebouwen, met zijn uitstekende en verzonken muren die elkaar afwisselend lagen van hout en steen nabootsen. Het meest opvallende kenmerk van het interieur is de dubbele Aksumite-fries boven op het schip.

Als laatste bezoeken we nog de Bete Abba Libanos (Huis van Abbot Libanos) die gehouwen is in een rotswand, uniek omdat alleen het dak en de vloer verbonden blijft met de lagen. Veel van zijn architecturale kenmerken, zoals de friezen, zijn Aksumite. Vreemd genoeg, hoewel het er van buitenaf groot uitziet, is het interieur eigenlijk heel klein. De gebeeldhouwde hoeken van de kubieke kapitelen vertegenwoordigen engelenogen. De legende zegt dat het in een enkele nacht was gebouwd door Lalibela’s vrouw, Meskel Kebra, met een beetje hulp van engelen.

Helemaal onder de indruk van deze prachtige site lopen we terug richting ons hotel. Het is gewoon onvoorstelbaar hoe ze dit eeuwen geleden voor elkaar hebben gekregen. Wanneer je in Lalibela alleen ronddwaalt helpt dit zeker mee om het bijbelse gevoel goed te ervaren. Lalibela word dan ook zeker niet onterecht het achtste wereldwonder genoemd. De kerken staan sinds 1978 op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO. Toeristen zijn er nog nauwelijks we zijn er maar 6 tegengekomen op heel de dag. Terwijl we voor de Taj Mahal of bv de Eiffeltoren uren in de rij staan om het te kunnen bezoeken is er voor dit wereldwonder nog weinig toerisme. Als Lalibela niet in Ethiopië zou liggen dan zou het zeer waarschijnlijk een heel ander verhaal zijn. Het negatieve beeld dat veel mensen hebben mag echt verdwijnen, als men er achter komt wat voor prachtig land het is dan zal het zeer waarschijnlijk ook niet lang meer duren of ook in Lalibela sta je straks in de rij om een van de 11 kerken te bezoeken.

Comments